Wilhelmina van Pruisenweg 104, 2595 AN Den Haag, Nederland
Begindatum:
21 sept 2026Einddatum:
31 dec 2026Publicatiedatum:
5 sept 2026Context van het project/programma waarin de activiteiten plaatsvinden:
De Nederlandse gezondheidszorg zet een belangrijke stap richting eenduidige digitale gegevensuitwisseling. Een essentieel onderdeel hiervan is het gebruik van SNOMED CT als internationale terminologiestandaard. Om informatie zowel binnen als tussen sectoren goed te kunnen uitwisselen, worden er referentiesets ontwikkeld: sectorbrede en waar mogelijk sectoroverstijgende selecties van SNOMED-termen. Daarom wordt gewerkt aan uniform gebruik hiervan in Nederland.
Omdat SNOMED circa 375.000 termen omvat, is een gerichte selectie noodzakelijk voor gegevensuitwisseling binnen en tussen sectoren. Nictiz heeft geadviseerd dat de sectoren zelf verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van de referentiesets die zij gaan gebruiken. Dit advies is door VWS overgenomen en daarom is aan zes sectoren (MSZ, HAZ, GGZ, JGZ, paramedie en VVT) gevraagd migratieplannen op te stellen. Hoewel de sectoren zelf verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van referentiesets, kan VWS de totstandkoming ondersteunen en is ICTU gevraagd deze ondersteuning te bieden door de uitvoering te faciliteren en te begeleiden en de afronding van de resultaten richting VWS te bewaken.
Voor de medisch-specialistische zorg (MSZ) zijn de Diagnosethesaurus (DT) en de Verrichtingenthesaurus (VT) het fundament onder deze beweging: beide zijn gemapt op SNOMED CT en breed in gebruik bij zorginstellingen in de MSZ. Tegelijkertijd is de doorontwikkeling van beide thesauri geen afgeronde zaak. Vanuit zorginstellingen, medisch specialisten, wetenschappelijke verenigingen en registratiehouders komen met regelmaat wensen en signalen binnen. Die signalen zijn waardevol, maar ook diffuus: soms is onduidelijk wat men precies bedoelt, soms kan een optimalisatie pas worden doorgevoerd na aanpassingen in het EPD en soms is een wens afhankelijk van derden (bijvoorbeeld het koppelen aan richtlijnen of kwaliteitsregistraties).
Er liggen inmiddels meerdere sporen op tafel. Deze staan deels op zichzelf en zijn deels aanvullend op elkaar. Het gaat onder andere om: het overzien en prioriteren van de nog benodigde optimalisaties aan DT en VT; het gezamenlijk vaststellen van een landelijke basisset VT; het koppelen van DT- en VT-termen aan kwaliteitsregistraties in het kader van verduurzaming; het onderling koppelen van DT- en VT-termen; een aantal kleinere wensen rondom de probleemlijst, zoals het voorzien van meer diagnosetermen van een overkoepelende parapluterm, het koppelen van verrichtingen aan paraplutermen en het toevoegen van lateraliteit en het kenmerk chronisch.
Er is bewust voor gekozen niet op voorhand voor een van deze sporen te kiezen, en evenmin op voorhand vast te leggen welke sporen elkaar uitsluiten en welke elkaar juist versterken. Zonder scherp beeld van de daadwerkelijke behoefte in het veld en van de onderlinge afhankelijkheden bestaat het risico dat er wordt geïnvesteerd in een oplossing die de praktijk niet verder helpt, of die pas kan landen als andere randvoorwaarden zijn ingevuld. Daarom wordt eerst een projectleider aangesteld die deze sporen verkent, de behoefte in het veld ophaalt en onderbouwd inzichtelijk maakt wat er nodig is, in welke volgorde en met welke partijen.
Doelstellingen:
Het project is afgerond als er een door de sector gevalideerde verkenning met onderbouwde prioritering (roadmap) ligt, aangevuld met een voorstel voor een structureel proces om nieuwe wensen en behoeften te blijven ontvangen en beoordelen, op basis waarvan besluitvorming over de vervolgstappen kan plaatsvinden, en de Opdrachtgever (ministerie van VWS) hiervoor decharge verleent.
Rol:
Jij hebt de rol van (deel)projectleider voor de sector MSZ. In deze rol werkt je intensief samen met DHD als beheerder van de DT en VT, met de zorginstellingen, medisch specialisten, wetenschappelijke verenigingen, registratiehouders, Nictiz en het SSC-DG. De inhoudelijke koers en de daarbinnen te stellen prioriteiten worden in samenspraak met de sector bepaald.
Opdracht:
De opdracht is een verkenning met een duidelijke uitkomst: van een verzameling losse wensen en signalen naar een scherp, gedragen en geprioriteerd beeld van wat er de komende jaren nodig is aan doorontwikkeling van de DT en de VT. De projectleider kiest dus niet vooraf een spoor, maar organiseert het onderzoek dat die keuze mogelijk maakt en dat laat zien welke sporen naast elkaar kunnen lopen. Een wegingskader is er nog niet; het ontwikkelen daarvan is onderdeel van de opdracht, zodat de prioritering navolgbaar en herhaalbaar is.
Activiteiten:
Als projectleider doe je dit door:
De Opdrachtgever is Stichting ICTU, namens het ministerie van VWS. De professional werkt intensief samen met DHD als beheerder van de Diagnosethesaurus (DT) en Verrichtingenthesaurus (VT), met de zorginstellingen, medisch specialisten, wetenschappelijke verenigingen, registratiehouders, Nictiz en het SSC-DG.
Optie tot verlenging: Niets over bekend.
Hybride: Geen verdere informatie
Fee: De administratieve partner rekent een aanvullende fee van € 2,50 boven op het tarief.
Overig algemeen:
Wanneer is de opdracht afgerond en beëindigd:
De opdracht is afgerond wanneer het verkenningsrapport met prioritering door de sector (DHD, zorginstellingen en wetenschappelijke verenigingen) is gevalideerd en door ICTU en de Opdrachtgever is vastgesteld, zodat een onderbouwd besluit over de vervolgfase genomen kan worden.
Hoe wat en wanneer zal het werk/de resultaten worden beoordeeld?
De voortgang op de (deel)resultaten wordt periodiek afgestemd met de projectleider van ICTU. Bij afronding van de opdracht stelt ICTU in afstemming met DHD en de sector de eindresultaten vast.
Wat is de kans dat de verwachte duur wordt overschreden, c.q. welke onzekerheden er zijn t.a.v. de verwachte duur?
De kans dat de verwachte duur van de opdracht wordt overschreden is gering. Wel kunnen externe factoren van invloed zijn, zoals de beperkte beschikbaarheid van medisch specialisten, zorginstellingen en wetenschappelijke verenigingen om aan de verkenning mee te werken, de beschikbaarheid van registratiehouders die op dit moment druk zijn met aanpassingen in het kader van nieuwe wetgeving, en de afstemming met het SSC-DG over de reikwijdte van het eerder overgedragen project rond de kwaliteitsregistraties.
Over welke specifieke kennis beschikt de professional, waarover het eigen personeel van de Opdrachtgever niet beschikt en waar een eventuele vervanger ook over zou moeten beschikken?
Kennis en expertise op het gebied van de medisch-specialistische zorg en medische terminologie, waarde- en codestelsels (Diagnosethesaurus, Verrichtingenthesaurus, zorgactiviteitcodes) en SNOMED CT, en inzicht in de samenhang met EPD-inrichting, de grouper, richtlijnen en kwaliteitsregistraties.